Rijden volgens de kaart

Let goed op de nummer van de wegen die je gaat volgen. In plaatsen staan vaak wel borden met wegennummers, maar zelden borden met plaatsnamen erop. Bovendien wordt de windrichting aangegeven (en niet de volgende plaats): N= North (noord) en S= South (zuid) of E = East (oost) en W= West. Verwarrend kan zijn dat bijvoorbeeld de 78N, niet precies in noordelijke richting hoeft te zijn. Ook verwarrend kan zijn dat wegen tijdelijk hetzelfde nummer kunnen hebben, omdat routes elkaar overlappen.

Ook staat op de weg ruim voor de kruising dat er een kruising (junction, afgekort JCT) komt en welke weg je kruist. Als je op de kaart hebt gezien dat je moet afslaan naar bijvoorbeeld weg nummer 39, dan kun je voorsorteren, indien nodig.

De afslagnummers van veel snelwegen (interstates) zijn vaak genummerd op afstand. Afslag 17 kan dus volgen op afslag 13 (zonder afslag 14, 15 en 16) na 4 mijl. In dichtbevolkte gebieden, met name aan de oostkust, staan de afslagen genummerd op volgorde (soms nog met A- en B-afslagen). Bekijk van tevoren goed welke afslagen je moet hebben, want vaak staan vooral de nummers aangegeven. Let op: Next Exit betekent ‘deze afslag’ (letterlijk de eerstkomende), dus niet de ‘volgende afslag’.

Er is een duidelijk systeem in de nummering van de wegen:

oneven nummers lopen noord-zuid: de 101 is de prachtige verbinding tussen San Francisco en Los Angeles;

even nummers lopen oost-west: route 66 is de oude weg van New York naar Los Angeles; snelwegen met 3 cijfers zijn ringwegen of wegen die in het centrum van de stad uitkomen.