Gebruik

Voor het rijden met een camper is een geldig Nederlands rijbewijs voldoende. Je tankt benzine (regular unleaded) of diesel. Bij aankomst op je campingplaats (site) ga je eerst proberen zo recht mogelijk te parkeren. Als je scheef staat, slaapt dat niet prettig en bij het koken loopt de gesmolten boter naar één kant van je koekenpan. Er zijn zogenaamde levelers te koop: kunststof plankjes die je onder een of meer wielen kunt plaatsen. Dan ga je ‘aansluiten’: je waterslang aan de waterinlet, je stroomkabel (met een driepootstekker, de zogenaamde pigfoot) aan een kastje, meestal 30 AMP, je afvoerslang in de rioolafvoer (sewer). Deze aansluitingen (hook-ups) worden afgekort met W+E+S (water-electric-sewer).

Je hebt 2 holding tanks onder de camper, dus je hoeft niet altijd een sewer te hebben. Je hebt een black water tank (met afvoer van de wc) en een grey water tank (met afvoer van de keuken en de douche). Voordat je weggaat, ga je afkoppelen. Controleer met behulp van een panel in je camper de staat van electric-water-holding tanks. Heb je vers water nodig, vul dat dan bij; er is daarvoor een aparte inlet, niet dezelfde als de gewone water-inlet. Zitten je holding tanks bijna vol, ga dan ‘dumpen’ bij het ‘dump station’. De afvoerslang voor het rioolwater zit heel vaak in de holle achterbumper van je camper. Koppel de slang aan en trek de schuif van de black water tank open. Als die bijna leeg is, trek je de schuif van de grey water tank open en laat het water weglopen. Het voordeel van deze volgorde is dat je slang met wc-afval wordt doorgespoeld met afwaswater.

Ergens aan het plafond in je camper zit een smoke-detector; schrik niet als die geweldig gaat piepen als je spek bakt, want ze staan nogal scherp afgesteld. Je kunt overwegen de batterijen tijdelijk te verwijderen.

Als de CO-detector uit staat, wordt automatisch de gastoevoer uit de propaantank afgesloten. Zorg dus dat die altijd aan staat. Propane kan worden getankt bij sommige benzinestations of bij de betere commerciële campings.